Grutto
De zon verdwijnt
mijn liefste zit op eieren
ik hou de wacht
In de polders
van Eemland overleven grutto’s
de rest van Nederland
de boswachter lacht
Maar ik houd trouw de wacht
mijn liefste broedt
Gerard Beentjes
Het stamhoofd vertelt
Kom, witte man, zit met ons,
neem de kruik, drink het bier,
het verbond van de avond,
het verleden van de zon.
Wij zijn het hoofd van de stam,
gebogen rug van voorbij,
wit het haar, dun als de tijd,
rijk als het verhaal vertelt.
Kijk, daar loopt onze dochter,
evenbeeld van haar moeder,
hoog het voorhoofd, vrouw
van de ochtendzon is zij.
Rond haar mond het geheim
van haar schoot, zij draagt
de belofte van haar kind,
licht van het licht van de tijd.
Weet, witte man, niemand
springt verder dan zijn schaduw,
zit, drink en luister, herhaal
het verhaal van het leven.
Gerard Beentjes
Dit gedicht is het openingsgedicht van de bundel ‘de nagel van de tijd‘,
het eerste exemplaar van de dichtbundel heb ik overhandigd aan
Karel van der Horst, mijn oom en mijn eerste leraar Nederlands.
Op zijn begrafenis heb ik dit gedicht voorgedragen, met als extra titel ‘Herinnering aan Uganda’, het land waar hij vele jaren werkte als missionaris.